Leren langlaufen

Leren langlaufen kan in ieder gebied met genoeg sneeuw zolang men de juiste materialen heeft: twee langlaufski’s, twee langlaufstokken, langlaufschoenen en warme kleding. Lees meer over het benodigde materiaal op de pagina langlauf materialen.

langlaufen leren oefenen techniek

Leren langlaufen

Het is makkelijk om te beginnen met de klassieke stijl en door middel van rustige wandelingen door de sneeuw het terrein en de materialen onder de knie te krijgen, later kan de vrije stijl worden aangeleerd voor wat meer snelheid. Leren langlaufen kan niet binnen 5 minuten!

Langlauflessen

In toeristische skigebieden kan men vaak een langlaufgroep vinden om samen mee te leren langlaufen door het skigebied of zelfs langlauflessen volgen van een instructeur, deze mogelijkheden verschillen natuurlijk per skigebied. Het is vaak mogelijk om op een kunststofbaan van te voren te oefenen, hier is geen risico en krijg je de verschillende langlauf technieken erg snel onder de knie. Deze kunststofbanen bevatten niet altijd sneeuw en is er dus niet altijd noodzaak voor warme skikleding, wel zijn goede handschoenen aangeraden voor de mogelijke valpartij. De meeste lesorganisaties bieden vijf lessen van ruim een uur per les aan, onder begeleiding van een langlaufinstructeur is dit genoeg om een goede basis te ontwikkelen voor langlaufen en een gevoel te krijgen voor de sport.

Langlaufen familie

Warming up

Dit soort basis lessen zijn erg aangeraden voordat men op een daadwerkelijke piste gaat langlaufen om ongelukken te vermijden, om dezelfde reden zijn warming up oefeningen aan het begin van het langlaufen en warming down oefeningen aan het einde van het langlaufen ook aangeraden, goed hiervoor zijn oefeningen zoals rek en strek oefeningen en ademhaling oefeningen Langlaufen is een duursport, lange langlauftochten zijn dan ook het soort tochten waarmee je langlaufen het beste onder de knie krijgt. Naarmate men meer aan langlaufen doet zal het ook makkelijker gaan, de techniek zal beter lukken en het zal er mooier uitzien. Langlaufen kan echter niet door praktijk alleen worden aangeleerd, het helpt vaak ook om even stil te staan bij de techniek en wat te lezen of bekijken over andere technieken of manier van langlaufen.

Verschillende langlauftechnieken leren

Over het algemeen hebben zowel de klassieke langlaufstijl als de vrije langlaufstijl dezelfde afdaaltechnieken. De belangrijkste punten bij het afdalen waar men op moet letten zijn de snelheid, veiligheid, van richting veranderen en de controle, tijdens wedstrijden is snelheid belangrijk en zullen er zo weinig mogelijk bochten worden gemaakt omdat dit afremt, tijdens wandelingen door de sneeuw of toertochten wil men vaak zo lang mogelijk van de natuur en afdaling genieten en kunnen bochten en veiligheid erg handig uitkomen.

Er zijn meerdere klassieke stijlen van langlaufen, hier staan de bekendste uitgelegd:

  • De diagonaalpas is een techniek waarbij men geheel naar voren staat geleund zodat er constant druk staat op de sneeuw wat het glijden veroorzaakt, er wordt op één been gebalanceerd terwijl men uitgestrekt staat, er is dus aardig wat balans nodig voor deze techniek.
  • De Dubbelstok techniek is een techniek die vaak word gebruikt in wedstrijden omdat men hiermee hoge snelheden kan bereiken vergeleken met ander langlauftechnieken. Er word tijdens de uitvoering van deze techniek meer gebruik gemaakt van arm en buikspieren dan bij andere technieken, normaal gesproken gaat het vooral om de beenspieren. De armen worden gebruikt om actief af te zetten met de stokken waarbij de handen open en dicht gaan. Tijdens de afzet spelen buikspieren een grote rol bij deze techniek.
  • De visgraat techniek word vaak alleen toegepast als de route erg stijl is, de langlauf ski’s worden dan schuin in het sneeuw geplaatst voor meer grip wat een afdruk achterlaat die doet denken aan een visgraat, vandaar de naam visgraat techniek. Voor beginners zal deze techniek niet al te vloeiend gaan omdat het lastig is om op een steil gebied een soepele en gecontroleerde beweging met de langlaufski’s te maken zonder weg te glijden. Er zijn ook verschillende vrije langlaufstijlen die hier staan uitgelegd.
  • De één op één techniek lijkt erg veel op de snelle klassieke dubbelstok techniek maar omdat de schaats beweging met de ski’s is toegevoegd is het een vrije techniek, dit kan ook een erg moeilijke techniek zijn als men hem goed wil uitvoeren omdat we heel wat coördinatie en balans is vereist.
  • De één op twee techniek is bijna hetzelfde als de één op één techniek. Het enige verschil is dat bij iedere tweede beenafzet een stok inzet wordt gemaakt. Dit is een symmetrische langlauf techniek waarbij men zelf kan bepalen bij welk been de stok inzet wordt gemaakt, iedereen heeft zijn eigen voorkeur alhoewel het handig is om beide kanten te oefenen, zodat het makkelijker is om in verschillende situaties de twee verschillende langlauf technieken toe te kunnen passen. Er is ook een techniek waarbij men de schaats beweging maakt zonder de stokken te gebruiken.
  • Dit is de schaatsen zonder stokken techniek, bij deze langlauftechniek houd men de stokken onder de armen en weg van de grond terwijl het boven lichaam voorover leunt, deze techniek is handig als de langlauf snelheid te hoog is om de stokken nog effectief te gebruiken.
  • De asymmetrische bergpas is een langlauf techniek is een langlauftechniek die word gebruikt om berg op te skiën, een been word met de langlaufski zo ver mogelijk naar voren geplaatst en met behulp van de stok kan men zich naar boven optrekken. Terwijl het gewicht verplaatst ontstaat er een korte glijfase, als men deze glij fase goed beheerst is de asymmetrische bergpas een heel erg geschikte langlauf techniek om voort te bewegen, dit ziet men ook vaak terug in wedstrijden, de asymmetrische bergpas komt dan wel tot uiting in een krachtigere vorm waarbij er sprongen naar voren worden gemaakt in plaats van zo ver mogelijke stappen naar voren.
  • De symmetrische bergpas techniek is een langlauf techniek die zowel met de visgraat techniek als de asymmetrische bergpas techniek vergelijkbaar is, de beweging is hetzelfde als de asymmetrische bergpas en deze langlauf techniek is dan ook toepasselijk als het terrein wat steiler omhoog gaat, echter worden linkerarm en rechterbeen gelijktijdig neer gezet gevolgd door rechterarm en linkerbeen, wat het op de visgraat techniek laat lijken. Als men de symmetrische bergpas techniek goed onder de knie heeft kan deze worden gebruikt om zonder al te veel energie aardig snel vooruit te komen op steil terrein. Het is ook handig om een goed idee te krijgen van de verschillende afdaal technieken omdat tijdens de afdalingen de snelheden hoog kunnen oplopen wat tot ongelukken kan leiden. Alhoewel het afdalen eigenlijk van zelf gaat omdat men de zwaartekracht het meeste werk laat doen komt er toch veel techniek bij kijken.
  • De ei-houding is een techniek die over het algemeen fijn is voor afdalingen, bij deze langlauf techniek maakt men zich klein door de knieën te buigen en het bovenlichaam zo horizontaal mogelijk te houden, hierdoor is er weinig weerstand van het lichaam. De stokken worden onder de armen langs het lichaam gehouden en de armen rusten op de knieën.

Oefen ook op bochtjes maken en remmen

Vaak is een afdaling niet helemaal recht en vooral als de langlauftocht zich buiten pistes om afspeelt kunnen er wat obstakels op het pad zijn, weten hoe goede bochten gemaakt worden is hierbij van groot belang. Goede bochten worden op een gecontroleerde en veilige wijze uitgevoerd, schaatsbochten zijn bedoeld voor bochten waarin men geen of zo weinig mogelijk vaart wil verliezen.

Als men de snelheid juist wel moet verminderen gebruikt men de parallel roetsj techniek of de ploeg, deze technieken kunnen alleen goed worden uitgevoerd als de sneeuw waarop men aan het langlaufen is niet al te diep en dus zwaar is. Als er wel veel diepe, zware sneeuw ligt kan men de Telemark bocht gebruiken die hiervoor wel geschikt is, het is ongeveer dezelfde beweging en techniek als de parallel roetsj langlauftechniek.