Soorten skipistes

In Frankrijk en Oostenrijk, de twee meest populaire wintersportbestemmingen van de Nederlanders, zijn er diverse niveau’s op het gebied van skipistes.

Groene, blauwe, rode en zwarte piste

De soorten pistes zijn gemarkeerd met Groen, Blauw, Rood en Zwart. Op elk soort skipiste vind je weer andere wintersporters. Een groene piste is prima geschikt voor beginners en mensen die het wat rustiger willen doen. Mensen die van de zwarte piste afdalen zijn meestal heel wat ervarener. Dit komt doordat de zwarte piste veel steiler, moeilijker en ook wat minder voorspelbaar is.

wintersport skipiste skigebied bestemming sneeuw

Funpark

Buiten de met de verschillende kleuren (groen, blauw, rood, zwart) gemarkeerde skipistes is er in grote wintersportgebieden vaak ook een Funpark. Dit is een speciaal deel van de skipiste die is ingericht om stunts, jumps en andere fratsen uit te halen.

Welcome in Winterberg

Verschillende soorten pistes

Op deze pagina worden alle soorten pistes onder de loep genomen. Onder de tussenkopjes lees je informatie over de desbetreffende soort piste.

De groene piste (beginners)

Als je wilt leren skiën of snowboarden dan is het slim om op de groene piste te beginnen. Deze piste is namelijk helemaal niet steil. Dit verkleint het risico op controleverlies en houdt je snelheid laag. Met een lage snelheid is het makkelijker om bochtjes te maken. De groene piste is vooral in Frankrijk te vinden. In Oostenrijk kun je een blauwe piste ook wel als groene piste zien.

De blauwe piste (licht gevorderden)

Een blauwe piste is geen moeilijke of steile piste. Dit soort piste is perfect om lekker naar beneden te skiën. Op de blauwe piste is er namelijk geen noodzaak om telkens te remmen en goed te kijken waar je heengaat. De pistes worden goed onderhouden en hebben vaak weinig bulten. Je kunt dus lekker afdalen zonder te veel moeite te doen.

De blauwe piste kan in moeilijkheid per gebied verschillen. In Frankrijk zijn ze wat steiler en moeilijker dan in Oostenrijk. Daar worden de wat lastigere pistes al snel met rood bestempeld.

De rode piste (gevorderden)

Dit is niet de makkelijkste piste. De rode pistes zijn op sommige momenten steil en kunnen gevaar opleveren. Bij een val op een groene of blauwe piste kom je als wintersporter snel tot stilstand. Bij een rode piste kan de steile helling zorgen dat je val niet snel ten einde komt. Pas dus altijd goed op als je de rode piste betreedt.

De rode piste is te betreden als je al genoeg ervaring hebt op je ski’s of snowboard. Je weet vanzelf of je het aankunt. Dit kun je zien aan hoe moeilijk je het hebt op een blauwe piste. Kun jij gemakkelijk naar beneden zonder te vallen of controle te verliezen? Dan zou de rode piste geen groot probleem moeten zijn. Als je soms nog het gevoel hebt dat je niet goed kunt remmen, een bocht niet durft te maken of regelmatig even moet stoppen omdat je te hard gaat, ga dan eerst wat meer oefenen voordat je de rode piste betreedt.

De rode pistes worden minder goed bijgehouden dan de blauwe pistes. Je kunt dus op dit soort piste wat bulten en ongeprepareerde stukjes tegenkomen. Als ervaren skiër of snowboarder is dit geen groot obstakel. Toch kan het voor flink wat narigheid zorgen bij onervaren wintersporters.

De zwarte piste (voor de experts)

De zwarte piste is de moeilijkste soort piste. Er is dus geen maximale moeilijkheidsgraad. Toch zul je nooit een onmogelijk stuk tegenkomen. Tegenwoordig zijn er veel controles op de veiligheid van de pistes in een skigebied. Daarom zal de piste niet vaak steiler zijn dan 35°. De zwarte pistes worden minder goed bijgehouden dan de rode en blauwe pistes.

Omdat er geen niveau boven zwart is zijn de pistes ook vaak erg verschillend. De ene zwarte piste is ontzettend steil, ijzig en lastig terwijl een andere zwarte piste wat milder kan ogen. Op zwarte pistes moet je beter opletten op ijzige stukken. Dit komt doordat veel pistegebruikers het te steil vinden en stukjes rutschen.

Het funpark (snowpark) voor tricks & jumps

Voor veel ervaren skiërs en snowboarders worden de standaard pistes een beetje eentonig. Zij zoeken de uitdaging daarom bij het doen van tricks en jumps. In een funpark, ook wel een snowpark genoemd, staan veel objecten waar wintersporters gebruik van kunnen maken als zij een truc willen doen. Een paar voorbeelden zijn schansjes, boxen waar je overheen kunt glijden en rails.

Het publiek van een funpark bestaat voornamelijk uit jongeren. Zij zien de tricks die professionals op TV doen en willen deze nadoen in het funpark. Dit gaat niet altijd zonder vallen of stoten. In een funpark is er dus meer kans op ongelukken en daarom moet je jezelf in een funpark anders gedragen dan op andere delen van de piste.

Veiligheid op het funpark/snowpark

Een aantal handige tips die je zeker in overweging moet nemen als je een snowpark of funpark betreedt zijn:

  • Spring niet van een schans als je niet weet hoe hoog hij is.
  • Let goed op of niemand zich achter de schans bevindt.
  • Kijk goed hoe de sneeuw is op het gedeelte waar je na de sprong terechtkomt
  • Let op of dat er niemand dezelfde trick of jump op hetzelfde moment als jij wil doen.
  • Dring niet voor. Als je iemand ziet die een trick of jump gaat doen, probeer er dan niet voor te komen maar geef de ander de ruimte.
  • Als je op het funpark een foto/filmpje maakt, zorg dan dat je goed zichtbaar bent voor alle pistegebruikers.
  • Zorg dat je na de sprong snel verder gaat, zodat je niemand hindert en er ook niemand onverhoopt boven op jou terecht kan komen.